Stop CETA

Stop CETA
Op 15 februari wordt CETA ter goedkeuring voorgelegd worden in het Europees Parlement. Het EVV, de koepel van de Europese vakbonden, roept de Europese vakbonden op om de nationale europarlementsleden te vragen CETA in zijn huidige vorm niet goed te keuren. Wij vragen een herziening van het akkoord om daadwerkelijk gevolg te geven aan onze syndicale bezwaren. 
Als LBC-NVK richten we ons daarom, samen met internationale sectorfederaties waarbij we zijn aangesloten (EPSU voor de openbare diensten en Uni Europa voor de private dienstensector), met een uitgebreide motivatie van onze syndicale bezwaren aan alle europarlementsleden. Ook het ACV, heeft in gemeenschappelijk vakbondsfront, een brief gestuurd naar onze Belgische europarlementsleden. 
In de brieven vragen we hen:
  • de Commissie aan te moedigen om de herzieningsclausule te gebruiken en de dialoog met de Canadese regering te heropenen om te reageren op onze bekommernissen;
  • te weigeren hun goedkeuring te geven aan CETA totdat de syndicale bezorgdheden daadwerkelijk in aanmerking zijn genomen.
Hieronder zetten we onze voornaamste bezwaren tegen CETA nog eens op een rijtje.
  • De stelling dat CETA voor meer fatsoenlijke banen zou zorgen, klopt niet. Economische modellen voorzien in het beste geval een marginale toename 0,018 % gedurende een uitvoeringsperiode van 6 tot 10 jaar. Meer op praktijk gebaseerde veronderstellingen voorzien een verlies in reële banen van 204.000 in de gehele EU, een vergroting van de inkomenskloof (tussen ongeschoold en geschoold) en een ongunstige herverdeling van de rijkdom: 0,66 % ten gunste van kapitaalbezitters, risico’s met banenverlies voor KMO’s (67% van de werkgelegenheid) door de toenemende internationale concurrentie. 
  • De Commissie beseft dat de ‘scheidsgerechten’ die worden opgericht ‘om investeerders en investeringen te beschermen’ omstreden zijn en wil het idee eerst verbeteren om de werking neutraler te maken. Desondanks blijven de scheidsgerechten zorgen voor een fundamenteel onevenwicht. Schendingen van werknemersrechten (ILO-verdragen) of het milieu, zijn niet sanctioneerbaar. Investeerders daarentegen kunnen van overheden grote sommen eisen wanneer hun belangen, hun verdienmodel, geschaad wordt door een overheidsmaatregel op federaal, gewestelijk, provinciaal of gemeentelijk niveau. Als mislukte privatiseringen worden teruggedraaid, het minimumloon wordt verhoogd, aanbestedingen te veel rekening houden met sociale criteria … kan dat in de toekomst leiden tot schadevergoedingen op kosten van de belastingbetaler.
  • Monitoring en handhaving van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde werkplaats zal in de praktijk niet mogelijk zijn wegens zwakke controlemechanismen. De gevolgen zijn gekend: sociale dumping en schending van arbeidsrechten zoals we die nu al in de EU, in de bouw en in het transport kennen. Samen met toenemend aanbod van online diensten in het buitenland, zal dit nog meer druk zeten op de prijzen en de arbeidsomstandigheden in de EU en Canada dieper in een neerwaartse spiraal duwen. 
  • Er is op geen enkele wijze een engagement om beschermende regelgeving te ‘verbeteren’. Niet op het vlak van tewerkstelling, noch inzake milieu, sociaal beleid of gezondheidszorg. Er is enkel de belofte dat ze niet zullen dalen! Een progressief en fair ‘progressief’ handelsakkoord bevat op zijn minst duurzame ontwikkeling, arbeid en sociale vooruitgang als bindend hoofdstuk en behartigt niet enkel de eenzijdige belangen van de ‘business’.