Deliveroo-toestanden bewijzen belang van sociale bescherming

20171121Deliveroo
De bedenkelijke toestanden bij Deliveroo en andere ondernemingen uit de platform- of deeleconomie stemmen tot nadenken. Sommigen in werkgeverskringen pleitten onlangs nog voor ‘een derde statuut voor werkende mensen’. “Absoluut géén goed idee”, zegt Jeroen Vandamme van de vakbond LBC-NVK. “De belangen van de werknemers zijn hier niet mee gediend. Voor de vakbond is een degelijke sociale bescherming wenselijk én noodzakelijk voor iedereen die met arbeid zijn of haar brood verdient.”
We hebben een regering die geen grote cadeaus geeft aan werknemers en werkzoekenden. Integendeel. Vandamme: “Maar in dit geval is het toch goed dat minister van Werk Kris Peeters neen lijkt te zeggen tegen het pleidooi van sommigen voor ‘een derde statuut’. Als vakbond delen wij uiteraard de bezorgdheid dat er genoeg sociale bescherming moet worden verzekerd voor wie nu geld verdient bij een aantal platforms en bedrijven uit de deeleconomie.
”De activiteiten van platformen zoals Deliveroo, UberEats en Takeaway worden duidelijk zichtbaar in onze steden. Andere spelers zoals Uber, List-minute, Pwiic lopen veel minder in the picture. Maar de opkomst van de deeleconomie is niet te stuiten, erkent Vandamme, die nationaal secretaris voor de Dienstensector is bij de LBC-NVK.

Vraagtekens

De benarde situatie van de fietskoeriers bij Deliveroo illustreert dat er heel wat vraagtekens te zetten zijn bij de manier waarop de platformen werken. Wat is het statuut van wie werkt voor zo’n platform? Hoe zit het met de verzekeringen als het fout loopt? Wat moet je betalen? En wat ontvangt de medewerker? Is er sprake van werk in loondienst of gaat het om zelfstandigen? Is het platform puur een technische tussenschakel of gaat het om een nieuwe vorm van tewerkstelling? Het antwoord ligt niet altijd voor de hand, en het is een goede zaak dat de sociale inspectie dit in het kader van Deliveroo zal onderzoeken. Veel elementen in dat dossier wijzen volgens ons in de richting van een werknemersstatuut.
“Het heeft geen zin om tegen deze ontwikkelingen in te gaan”, stelt Vandamme. “Maar de vakbond verwacht wél dat onze politici ook oog hebben voor de belangen van wie via de platformen zijn brood verdient. Die belangen bescherm je niet door het mogelijk te maken dat iemand tot 6.000 euro per jaar netto kan bijverdienen in de platformeconomie, zoals het‘Zomerakkoord’ voorziet. Heel wat activiteiten komen zo in een concurrentieslag met gewone banen in ondernemingen. Het lijkt wel op binnenlandse sociale dumping of de veralgemening van de flexi-jobs via de digitale weg.”

Grenzen vervagen

Vakbonden beseffen perfect dat de arbeidsmarkt voortdurend in beweging is. De harmonisering van de statuten van arbeiders en bedienden is niet af. Dit dossier moet dringend compleet worden afgerond! Daarnaast worden ook de grenzen tussen werknemers en sommige zelfstandigen almaar vager: bedrijven maken steeds meer gebruik van werk op freelancebasis en besteden hoe langer hoe meer ook hun kerntaken uit. Veel ondernemingen worden eerder ‘netwerken’ met losse en vaste verbanden. Een loopbaan bestaat almaar vaker uit een gemengd traject met werk als loontrekkende en werk als zelfstandige. Een nieuwe context die vakbonden in het sociaal overleg met nieuwe uitdagingen confronteert. Hoe organiseren we de sociale bescherming voor deze groep van zelfstandigen?
“Een werknemerscontract van onbepaalde duur blijft voor ons de absolute maatstaf voor wie via arbeid zijn brood verdient. De aanpak van schijnzelfstandigheid is dan ook een prioriteit. Tegelijkertijd moeten we ijveren voor een gelijkwaardige sociale bescherming voor de groeiende groep die, al dan niet uit eigen keuze, in andere formules werkt om geld te verdienen.”