Aanvullend pensioen

Akkoord over gegarandeerd rendement aanvullend pensioen

aanvullend pensioen

‘Niet perfect, wel verdedigbaar’

Vakbonden en werkgevers hebben midden oktober in de ‘Groep van Tien’ onverwacht een akkoord bereikt over het aanvullend pensioen van werknemers. Het akkoord bepaalt nieuwe regels voor het gegarandeerde rendement op aanvullende pensioenen. De nieuwe afspraken gelden alleen voor de toekomstige opbouw van aanvullend pensioen. Volgens Stefaan Decock, algemeen secretaris van de LBC-NVK, is het akkoord zeker niet perfect, maar wel verdedigbaar.
In de verschillende bedrijven zullen militanten van de  LBC-NVK het dossier aankaarten in het sociaal overleg op ondernemingsniveau. We willen duidelijke afspraken over de impact van de nieuwe regeling. 
De verzekeraars klaagden al langer dat de wettelijk bepaalde ‘rendementsgarantie’ met de huidige lage rentes moeilijk houdbaar was. Ook de werkgevers wilden bijsturen. Zij moeten tekorten bijpassen wanneer de verzekeraar of het pensioenfonds het minimale rendement niet haalt.
Tot twee keer toe vroegen vakbonden en werkgevers aan de regering-Michel extra tijd om een akkoord te kunnen bereiken. De N-VA en Open VLD wilden wat graag vaststellen dat het sociaal overleg dood is zodat het primaat van de politiek ten volle kon spelen. “Met het akkoord onderstrepen we de relevantie van het sociaal overleg”, stelt Stefaan Decock. “Een flink deel van de politieke meerderheid wil dat overleg graag zoveel mogelijk uitschakelen.”
Wat zegt het nieuwe akkoord? Voor reserves, opgebouwd in het verleden, blijft er een rendementsgarantie van 3,25 of 4,75 procent. Voor toekomstige stortingen en nieuwe contracten zal het gegarandeerd rendement schommelen tussen minimaal 1,75 en maximaal 3,75 procent.
“Om diverse redenen zijn we tevreden dat er een akkoord is”, legt Stefaan Decock uit. “We beschermen hiermee de gemaakte afspraken en rendementsrechten voor de bestaande aanvullende pensioenstelsels. Bovendien zorgen we ervoor dat ook jonge werknemers in de toekomst nog aanvullend pensioen kunnen krijgen. Omdat de rentes zo laag blijven, is het niet vanzelfsprekend om nieuwe contracten af te sluiten in het kader van de tweede pensioenpijler (aanvullend pensioen).”
Een kritiek is wel dat de verzekeraars de hogere rendementen uit het verleden te weinig gebruikten om reserves aan te leggen voor minder goede tijden. “Die kritiek is alleszins terecht”, bedenkt Stefaan.
Er zijn nog andere nijpende dossiers voor de sociale partners. “In een aantal dossiers willen de vakbonden hoe dan ook correcties realiseren en laten bijsturen.”

Wat is het precies?

Een werknemer krijgt later zijn wettelijk pensioen (eerste pijler). Maar soms is er ook een aanvullend pensioen (tweede pijler), georganiseerd door je werkgever of sector. Het aanvullend pensioen is gebaseerd op een groepsverzekering of op een formule via een pensioenfonds. 
Wat je tijdens je loopbaan aan aanvullend pensioen opbouwt, kan je pas ontvangen wanneer je met pensioen gaat. Ofwel wordt het gespaarde kapitaal in één keer uitgekeerd, ofwel krijg je een maandelijkse rente tot je overlijdt.