Een vast maandloon als basis

De lonen die je werkgever je dient te betalen moeten minstens dezelfde zijn als de bedragen die zijn vastgelegd in een sectorbarema. Maar dat barema bestaat uit meerdere looncategorieën. In welke looncategorie hoor jij thuis?
Om te bepalen welk loon jij minsten moet ontvangen op het eind van de maand, moet je rekening houden met volgende indeling:
Cat. 1
  • Bediende met minder dan 6 maanden anciënniteit in de onderneming. 
Cat. 2
  • Bediende met 6 maanden anciënniteit in de onderneming. 
Cat. 2 bis
  • De kassier(ster) die 5 jaar in de onderneming is en al minstens 4 jaar werkervaring heeft als kassier(ster) of als verko(o)p(st)er.
Cat. 3
  • Eerste verkoper, 
  • Helper-etalagist-decorateur,
  • Meer gekwalificeerde verkoper met méér dan 3 jaar werkervaring die grondige kennis bezit van de verkooptechnieken en die die kennis ook moet gebruiken bij de verkoop van de producten in een gespecialiseerde afdeling of winkel,
  • Handelsvertegenwoordiger met minder dan 3 jaar ervaring
Cat. 4
  • Gekwalificeerde eerste verkoper, 
  • Handelsvertegenwoordiger met meer dan 3 jaar ervaring.
Cat. 5
  • Verkoopchef
De filiaalleider
Het loon van de filiaalleider wordt opgebouwd uit een minimumloon, aangevuld met variabele vergoedingen en eventueel nog andere voordelen.
Blijft het baremaloon van de filiaalhouder lager dan het loon van de bediende categorie 4 met dezelfde ervaring als de filiaalleider, dan heeft die filiaalleider recht op dat bedrag vermeld bij de bediende categorie 4.
Belangrijk om weten:
  • In een winkel waar het personeel werkt zonder dat er steeds een werkgever of een filiaalleider aanwezig is, moet minstens één van de verkopers geklasseerd zijn in categorie 3 of hoger.
  • Soms is de kennis van een vreemde taal een voorwaarde bij aanwerving. Dit betekent niet automatisch dat je recht hebt op een hogere categorie. Wel beveelt de CAO aan dat er rekening mee wordt gehouden bij het vaststellen van het loon.

Wat is jouw minimumloon?

  • In de kolom van jouw categorie, is het bedrag dat overeenstemt met 100% van het loon het aanvangsloon. Dat is het loon dat overeenstemt met 0 jaren ervaring.
  • Voor de categorie 1 en 2, krijg je het bedrag dat overeenstemt met 100% vanaf de leeftijd van 21 jaar. In de categorie 3 moet je daarvoor 23 zijn en in de categorie 4 of 5, moet je zelfs al 25 jaar zijn.
  • Telkens 12 maanden na je vorige baremieke verhoging, stijg je een stapje in de beroepservaringscurve. Na 14 ervaringsjaren in het barema te hebben bereikt, wordt iedere volgende stap pas om de twee jaar gezet.
Voorbeeld
Anneke is 23, en werkt al sinds 4 jaar bij de BVBA Extraversmarkt als winkelbediende/kassierster. Zij hoort het loon te krijgen dat overeenstemt met: Cat. 2, ervaringsjaar 2. Dit omdat de ervaring maar vanaf haar 21e wordt geteld.
Sandra is 29, en werkt als meer gekwalificeerd verkoopster in de visafdeling van de NV Supersuperette. Zij werkt er intussen 6 jaar. Zij ontvangt het loon van de Cat.3, ervaringsjaar 6, Sandra was 23 toen zij in de visafdeling is beginnen werken, en dus telt haar ervaring meteen vanaf het begin mee.
Bij aanwerving kan de werkgever voor de duurtijd van de proefperiode, en dat enkel maar voor zij die geen jaar ervaring hebben, het loonbarema van de categorie net onder de normale categorie toepassen. Dit mag uiteraard alleen maar als je wordt aangeworven met een contract van onbepaalde duur.
Hoewel de meeste werkgevers je onmiddellijk het loon betalen waar je recht op hebt, rekening houdend met de ervaring die je elders hebt opgedaan, is hij niet verplicht je onmiddellijk het loon te betalen dat met je elders opgedane ervaringsjaren overeenstemt. Betaalt hij je niet onmiddellijk op basis van je reële ervaring, dan moet hij op een beperkte periode, en met gelijke schijven het verschil goedmaken.
Dat moet uiterlijk:
  • Na 1 jaar indien je bij aanwerving minder dan 10 ervaringsjaren hebt
  • Na 2 jaar indien je bij aanwerving minder dan 15 ervaringsjaren hebt
  • Na 3 jaar indien je bij aanwerving 15 jaar ervaring of meer hebt.
Bovendien moet de werkgever bij aanwerving, maar ook telkens er een verandering van categorie plaatsvindt, dat schriftelijk aan de werknemer laten weten.

Indexering op sectoraal vlak

index

Sectoraal

De indexering van lonen en sociale uitkeringen is een belangrijk verworven goed. Er is echter geen algemene wetgeving die dit concreet regelt. De praktische modaliteiten van de indexering (tijdstip, berekeningswijze, percentages...) worden in principe geregeld op sectoraal vlak, door in de schoot van de paritaire comités afgesloten cao's. 
Als er geen sectorale cao rond de index bestaat, gebeurt de indexering bijgevolg op basis van een ondernemingscao of op basis van 'gebruik'. Soms baseert men zich op het indexmechanisme van een andere sector of op het mechanisme dat van toepassing is op de overheidslonen en de sociale uitkeringen. 
Hierna lees je (indien de informatie voorhanden is) meer over de sectorale indexaanpassing van dit paritair comité. 

Nationaal 

De nationale maandelijkse indexaanpassingen staan in de rubriek sociale wetgeving. 

Vragen?

Heb je nog vragen omtrent de indexering van je loon (bijvoorbeeld omdat je op de site geen sectorale info rond de index vindt of omdat de index via een ondernemingscao geregeld wordt) dan kan je best eens contact opnemen met een LBC-NVK secretariaat bij je in de buurt. 

Indexaanpassingen PC 202.01 Middelgrote levensmiddelenbedrijven

Indexaanpassing februari 2017
Vorige lonen x 1,02 
Indexaanpassing september 2013 
Vorige lonen x 1,02 
Indexaanpassing september 2011 
Vorige lonen x 1,02 
Indexaanpassing maart 2011 
Vorige lonen x 1,02 
Indexaanpassing mei 2010 
Vorige lonen x 1,02 
Indexaanpassing juli 2008 
Vorige lonen x 1,02 
Indexaanpassing maart 2008 
Vorige lonen x 1,02 
Indexaanpassing mei 2007 
Vorige lonen x 1,02 
Indexaanpassing mei 2006 
Vorige lonen x 1,02 
Indexaanpassing mei 2005
Vorige lonen x 1,02
Indexaanpassing mei 2004 
Vorige lonen x 1,02

Minimumloon

Naast het baremaloon is er ook een algemeen minimumloon vastgelegd. Minder mag de werkgever je niet betalen.
Gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) per 1 august 2017: 
Leeftijd%- 6 maand anciënniteit+ 6 maand anciënniteit+ 12 maand anciënniteit
221697,62
21100%1609,241650,731697,62
2094%1551,861592,501610,57
1988 %1551,861592,501592,50
1882 %1551,861551,861551,86
1776 %1227,821259,341294,99
≤ 1670 %1132,471161,501194,34

Werknemers jonger dan 21 jaar krijgen een percentage van dit minimumloon gewaarborgd: 
  • 94% vanaf 20 jaar
  • 88% vanaf 19 jaar
  • 82% vanaf 18 jaar
  • 76% vanaf 17 jaar
  • 70% vanaf 16 jaar
De som van je loon over de voorbije 12 maand, verhoogd met de eindejaarspremie mag niet lager zijn dan het gemiddeld minimumloon over dezelfde periode.
Vooral wanneer je geen recht zou hebben op de eindejaarspremie, is het verstandig om na te rekenen of je met je loon het GGMMI bereikt. Je kan hiervoor een beroep doen op het LBC-NVK secretariaat.
De CAO zegt dat de werkgever deze berekening eind december moet maken. Het eventuele loontekort moet samen met de eindejaarspremie worden uitbetaald. Als je in de loop van het jaar de onderneming verlaat, moet dezelfde afrekening worden gemaakt in verhouding tot de geleverde prestaties.