Tijdkrediet

Tijdskrediet

In juni 2012 werd heel wat gewijzigd aan het systeem tijdkrediet en loopbaanvermindering in het kader van de besparingsmaatregelen van de regering. We onderscheiden vier vormen van tijdkrediet:
1. Een interprofessioneel recht op 12 maanden tijdkrediet zonder motief
  • Op te nemen als 1 jaar voltijds, 2 jaar halftijds of 5 jaar 1/5 vermindering, of een equivalente combinatie van deze stelsels.
  • Voor de opnamemodaliteiten gelden de huidige bepalingen inzake aanvraagprocedure, drempels, eventueel uitstel,… waarbij de huidige afspraken op sector- of ondernemingsvlak behouden blijven.
  • Dit recht kan indien gewenst zonder uitkeringen uitgeoefend worden (bijvoorbeeld om tijdelijk elders te gaan werken).
2. Een interprofessioneel recht op 48 maanden tijdkrediet met motief, voor de zorg van een zwaar ziek minderjarig kind of een gehandicapt kind tot 21 jaar
  • Op te nemen als vol- of halftijds tijdkrediet, of als 1/5 vermindering;
  • Ook hier gelden in de bestaande opnamemodaliteiten,
  • … tenzij dit verlof wordt aangevraagd aansluitend op het thematische verlof, wat vaak het geval zal zijn. In dergelijk geval is de drempel de eerste zes maanden van het tijdkrediet niet van toepassing, waardoor het aansluiten van het thematisch verlof op het tijdkrediet mogelijk is.
  • Ook dit recht kan indien gewenst zonder uitkeringen uitgeoefend worden.
3. Het recht op 36 maanden tijdkrediet met motief, voor de zorg voor een kind tot 8 jaar, palliatieve zorgen, de zorg van een zwaar ziek gezins- of familielid, of voor opleiding:
  • Een interprofessioneel recht indien het wordt opgenomen als 1/5 vermindering, naast het recht op de 12 maanden zonder motief. In totaal komt dit neer op een interprofessioneel recht van maximaal 8 jaar 1/5 vermindering.
  • Een recht vastgesteld bij sector- of ondernemingscao indien het wordt opgenomen als vol- of halftijds tijdkrediet. Bestaande sector- en ondernemingscao’s gesloten in het kader van cao nr. 77bis, zullen gelden in toepassing van dit artikel en moeten niet heronderhandeld worden. Samen met het recht op de 12 maanden tijdkrediet zonder motief, is hierdoor in totaal maximaal 4 jaar volledige onderbreking mogelijk (12 m + 36 m) of maximaal 5 jaar halftijds tijdkrediet (24 m + 36 m).
  • Ook hier gelden de bestaande opnamemodaliteiten, met opnieuw de uitzondering voor de opname van het tijdkrediet aansluitend op het thematische zorg- of palliatief verlof (drempel niet van toepassing).
  • Dit recht kan niet worden opgenomen in combinatie met een reeds bestaande niet-toegelaten bezoldigde activiteit of met een uitbreiding van die activiteit als werknemer of zelfstandige.
De combinatie van de rechten op de 36 maanden en de 48 maanden blijft beperkt tot 48 maanden.
4. Het recht op een landingsbaan
  • Vanaf 55 jaar 1/5 of 1/2 vermindering, voor werknemers met een loopbaan van 25 jaar.
Toeslag van het Sociaal Fonds
Ben je 55 en ga je van voltijds over op 4/5, dan betaalt het Sociaal Fonds van de sector je tot aan je pensioen een maandelijkse premie van 25 euro. Onze dienstverleners in de LBC-NVK secretariaten geven je graag meer uitleg.

Thematisch verlof

Er bestaan naast het tijdkrediet ook vier specifieke vormen van verlof die de RVA vergoedt met onderbrekingsuitkeringen. Deze verloven zijn gelijkgesteld voor het pensioen. 
Ouderschapsverlof
Ouderschapsverlof kan worden opgenomen tot de 12de verjaardag van het kind. Je kan het werk volledig onderbreken, gedurende 4 maanden (vanaf 1 juni 2012), opneembaar in periodes van 1 maand. Dit op voorwaarde dat je het ouderschapsverlof aanvraagt voor een kind dat na 8 maart 2012 werd geboren. Is je kindje al geboren voor 8 maart 2012, dan kan je wel de vier maanden ouderschapsverlof opnemen, maar zal de RVA toch maar voor drie maanden betalen.
Als je voltijds werkt, kan je het verlof ook opnemen onder de volgende vorm:
  • overschakeling naar een halftijdse betrekking, gedurende een periode van 6 maanden, opneembaar in periodes van 2 maanden;
  • overschakeling naar 4/5, gedurende 15 maanden, opneembaar in periodes van 5 maanden.
Verlof voor medische bijstand
Het gaat om verlof of vermindering van de arbeidstijd met 1/5 om bijstand te verlenen aan een ernstig ziek familielid. Het verlof bedraagt normaal maximaal 12 maanden in geval van volledige onderbreking en 24 maanden in geval van prestatievermindering, opneembaar in periodes van minimaal 1 maand en maximaal 3 maanden, al dan niet aansluitend. De duur kan worden verlengd als het zieke kind jonger is dan 16 jaar en als de werknemer alleen woont met zijn kinderen.
Verlof voor palliatieve zorgen
Het gaat om verlof om een stervende persoon te begeleiden. Het verlof duurt een maand en kan eenmaal worden verlengd.
Verlof voor het verstrekken van pleegzorg
Het gaat om verlof voor werknemers die door een jeugdbeschermingsdienst of een rechtbank zijn aangesteld als pleegouders.