Europese aanbeveling is nefast voor distributiesector

winkelkar
De Europese Commissie pleit er in haar aanbevelingen voor de distributiesectoren voor om de indexering te herzien en te streven naar meer spelers op de markt. De index moet op de schop om de lonen in toom te houden en meer winkels moeten zorgen voor meer concurrentie en dus lagere prijzen in de winkelrekken.
Vanuit de distributievakbonden zijn we allerminst akkoord met deze aanbevelingen. Temeer daar ze nogal ver af staan van de realiteit in de sector. Ze zouden de sector meer kwaad dan goed doen.
België is in Europa met voorsprong koploper wat het aantal winkels per inwoner betreft. Per 1.500 inwoners is er in ons land een voedingswinkel. Fors meer dan in de ons omringende landen. Dat heeft echter niet geleid tot lagere consumptieprijzen. Integendeel. Door de veelheid van winkels ligt de omzet per winkel eerder laag en hebben winkeliers moeite met de verhouding van hun vaste kosten tegenover die lage omzet. Een versoepeling van de vestigingswet, en dus nog méér winkels, zou eerder contraproductief werken.
Test-Aankoop heeft overigens al herhaaldelijk aangetoond dat de prijzen in de geïntegreerde supermarkten lager zijn dan in de zelfstandige franchisezaken. Hun rendabiliteit staat dan ook onder druk. Zelfs het feit dat het personeel in dergelijke franchisezaken tot 20% minder verdient dan in de geïntegreerde winkelbedrijven, kan niet verhinderen dat de prijzen in de rekken er hoger liggen
In andere rapporten van de Europese Commissie lezen we overigens heel andere taal. Zo klasseerde de Commissie de hoge productiviteit in de Belgische distributiesector bij de ‘gunstige factoren’ en noemde ze het arbeidsmarktbeleid ‘neutraal’. 
Meer concurrentie op de markt, noch morrelen aan de index zijn dus de juiste weg om de distributiesector aan te zwengelen. Hoe het dan wel kan? Door het besteedbaar inkomen van de gezinnen te vergroten, vooral dan van de laagste inkomensgroepen. Die vind je niet in het minst in de distributiesector, waar 19% niet meer dan 1.853 euro bruto verdient per maand. Maar ook in andere sectoren, én bij gepensioneerden en uitkeringstrekkers moet de koopkracht omhoog. Dat zijn investeringen die meteen de economie ten goede zouden komen, en niet worden opgepot op spaarboekjes.