Klein verlet in pc 307

Onder klein verlet verstaat men familiale gebeurtenissen (overlijden, huwelijk geboorte), of burgerlijke verplichtingen die aanleiding geven tot verlof met behoud van loon. De wet somt een reeks van dergelijke gebeurtenissen op. Deze lijst vind u hieronder. In PC 307 hebben sociale partners overeengekomen om aan deze lijst het motief  “verhuis van de werknemer van zijn hoofdverblijfplaats” toe te voegen.
Reden van verzuim Duur van verzuim
1. Huwelijk van de werknemer Twee gewoonlijk gepresteerde werkdagen door de werknemer te kiezen tijdens de week waarin de gebeurtenis plaatsgrijpt of tijdens de daaropvolgende week
2. Huwelijk van een kind van de werknemer of van zijn/haar echtgeno( o)t(e) of levensgezel( lin), van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de vader, moeder, schoonvader, stief/pleegvader, schoonmoeder, stief/pleegmoeder, van een kleinkind van de werknemer Een werkdag
3. Priesterwijding of intrede in het klooster van een kind van de werknemerofvanzijn echtgeno(o)t(e) of levensgezel(lin), van een broer, zuster, schoonbroer of schoonzuster van de werknemer De dag van de plechtigheid
4. Bevalling van de echtgenote of levensgezel( lin) van de werknemer Drie dagen door de werknemer te kiezen tijdens de twaalf dagen te rekenen vanaf de dag der bevalling
5. Overlijden van de echtgeno(o)t(e) of levensgezel(lin), van een kind van de werknemer of van zijn of haar echtgeno(o)t(e) of levensgezel(lin), van de vader, moeder, schoonvader, schoonmoeder, stief/pleegvader of stief/pleegmoeder van de werknemer Drie dagen door de werknemer te kiezen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis
6. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de grootvader, grootmoeder, van een kleinkind, schoonzoon, schoondochter die bij de werknemer inwoont Twee dagen door de werknemer te kiezen tijdens de periode welke begint met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis
7. Overlijden van een broer, zuster, schoonbroer, schoonzuster, van de grootvader, grootmoeder, van een kleinkind, schoonzoon of schoondochter die niet bij de werknemer inwoont Een werkdag
8. Plechtige communie van een kind van de werknemer of vanzijn/haar echtgeno(o)t(e) of levensgezel(lin) De dag van de plechtigheid of de gewone activiteitsdag die de gebeurtenis onmiddellijk voorafgaat of volgt, wanneer deze met een zondag, een feestdag of een gewone inactiviteitsdag samenvalt
9. Deelneming van een kind van de werknemer of van zijn levensgezel( lin) aan het feest van de vrijzinninge jeugd daar waar dit feest plaats heeft De dag van het feest of de gewone activiteitsdag die de gebeurtenis onmiddellijk voorafgaat of volgt, wanneer deze met een zondag, een feestdag of een gewone inactiviteitsdag samenvalt
10. Bijwonen van een bijeenkomst van een familieraad, bijeengeroepen door de vrederechter  De nodige tijd met een maximum van een dag
11. Deelneming aan een jury of oproeping als getuige voor de rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank De nodige tijd met een maximum van vijf dagen
12. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of enig stembureau bij de parlements-, provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen De nodige tijd
13. Uitoefening van een ambt van bijzitter in een hoofdbureau voor stemopneming bij de parlements-, provincieraadsen gemeenteraadsverkiezingen De nodige tijd met een maximum van vijf dagen
14. Adoptie van een kind De nodige tijd om de administratieve en gerechtelijke formaliteiten te vervullen
15. Verhuis van de werknemer van zijn hoofdverblijfplaats Eén werkdag; maximaal 1 werkdag per jaar en dit mits voorlegging van een verklaring op eer, ondertekend door de werknemer, met betrekking tot zijn adreswijziging of mits voorlegging van enig ander, voor de werkgever aanvaardbaar bewijsmiddel
Voor de toepassing van de nummers 2, 3, 5, 8 en 9 wordt het adoptie-, pleeg- of natuurlijk erkend kind gelijkgesteld met het wettig of gewettigd kind.
Voor de toepassing van de nummers 6 en 7 worden de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de werknemer gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de werknemer.