Het Sociaal Fonds van PC 222

Geld munten2
Er is een sociaal fonds voor de papier-en kartonverwerkende industrie. Het fonds wordt gefinancierd door RSZ-bijdragen van de werkgevers. In totaal gaat 0,30% van de loonmassa van de bedienden rechtstreeks naar het sociaal fonds. 0,20% wordt gebruikt om de vormingspremie van 24.79 €/jaar te betalen. 0,10% wordt gebruikt voor risicogroepen.

Risicogroepen

Volgende personen behoren tot de risicogroepen:
1. De langdurige werkloze: 
  • de werkzoekende die gedurende de zes maanden die aan zijn indienstneming voorafgaan, zonder onderbreking werklooshelds- of wachtuitkeringen heeft genoten voor alle dagen van de week; 
  • de werkzoekende die, gedurende de zes maanden die aan zijn indienstneming voorafgaan, uitsluitend deeltijds heeft gewerkt om aan de werkloosheid te ontkomen en/of als interimair. 
2. De laaggeschoolde werkloze: 
De werkzoekende van meer dan 18 jaar die geen houder is van: 
  • ofwel een universitair diploma; 
  • ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger technisch onderwijs van het lange of het korte type; 
  • ofwel een getuigschrift van het hoger secundair technisch onderwijs. 
3. de gehandicapte werkloze: 
De werkzoekende die, op het ogenblik van zijn indienstneming, ingeschreven is bij één der Fondsen voor sociale integratie van de mindervalide personen. 
4. De deeltijds leerplichtige: 
De werkzoekende van minder dan 18 jaar die nog onder de leerplicht valt en die het secundair onderwijs met volledig leerplan niet meer volgt. 
5. De herintreder: 
De werkzoekende die tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoet: 
  • geen werkloosheidsuitkeringen of loopbaanonderbrekingsuitkering hebben genoten gedurende de periode van drie jaar die zijn indienstneming voorafgaat; 
  • geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend gedurende de periode van drie jaar die zijn indienstneming voorafgaat; 
  • voor de periode van drie jaar, bedoeld in de twee vorige punten, zijn beroepsactiviteit hebben onderbroken, ofwel nooit een dergelijke activiteit begonnen zijn; 
6. De bestaansminimumtrekker: 
De werkzoekende die op het ogenblik van zijn indienstneming het bestaansminimum ontvangt. 
7. De oudere werkloze: 
De werkzoekende van 50 jaar en ouder. 
8. De werkloze uit een begeleidingsplan: 
De werkzoekende die een begeleidingsplan heeft gevolgd. 
9. De laaggeschoolde werknemer: 
De werknemer of werkneemster die geen houder is van: 
  • ofwel een universitair diploma; 
  • ofwel een diploma of getuigschrift van het hoger technisch onderwijs van het lange of het korte type; 
  • ofwel een getuigschrift van het hoger secundair technisch onderwijs. 
10. De werknemer of werkneemster met een onaangepaste of een ontoereikende beroepsbekwaamheid: 
  • de werknemer of werkneemster die naar een andere functie moet worden geherorienteerd; 
  • de werknemer of werkneemster waarvan de beroepsbekwaamheid onaangepast of ontoereikend is geworden ten gevolge van de technische evolutie. 
Meer weten? 
Voor meer informatie neem je best contact op met een LBC-NVK-secretariaat bij je in de buurt.