PC 319 Gehandicaptenzorg, jongerenwelzijn en welzijnswerk

Opvoeders1
De sector van de gehandicaptenzorg, jongerenwelzijn en welzijnswerk bestaat uit een grote verscheidenheid aan organisaties voor zorg, hulpverlening en begeleiding van diverse doelgroepen.
De organisatievorm kan erg verschillen en gaat van 'residentieel' over 'ambulant' tot ‘mobiel’. Zorg en begeleiding kan variëren van korte tot lange duur. Maar één constante in de sector is de maatschappelijke waarde van de zorg en hulpverlening die de bijna 40.000 werknemers dag in dag uit leveren.
In totaal zijn er in Vlaanderen meer dan vijfhonderd organisaties actief in de sector. Zij worden gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De loon- en werkvoorwaarden van de werknemers worden vastgelegd in het paritair comité 319.01. Dat telt vijf deelsectoren:
  • Gehandicaptenzorg: residentiële, semi-residentiële en ambulante organisaties voor zorg, opvoeding, huisvesting en begeleiding van personen met een handicap (kinderen, jongeren, volwassenen);
  • Jongerenwelzijn: residentiële, semi-residentiële en ambulante werkvormen voor kinderen en jongeren in moeilijke opvoedingssituaties en hun gezinnen;
  • Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW): diverse vormen van hulpverlening, gaande van residentiële opvang (crisisopvang jongeren en volwassenen, thuislozen, vluchthuizen voor vrouwen) tot ambulante werkvormen (jongerenadviescentra, relatiebemiddeling, ambulante begeleiding, justitieel welzijnswerk, begeleid wonen...);
  • Centra voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG's) en de Centra voor Integrale Gezinszorg (CIG's): kortdurende residentiële, semi-residentiële of ambulante begeleiding en opvang van gezinnen en kinderen in crisissituaties;
  • Sociale Verhuurkantoren en de Huurdersbonden.
Verschillende deelsectoren worden in meer of mindere mate geconfronteerd met belangrijke veranderingen. Zo krijgt in de gehandicaptenzorg de persoonsvolgende financiering stilaan vorm. Het effect daarvan op de voorzieningen en de werknemers is niet te onderschatten. De LBC-NVK maakt werk van een zorgvernieuwing die een echte verbetering voor de persoon met een handicap én de werknemers inhoudt. In jongerenwelzijn heeft het modulair kader, de integrale jeugdhulp en de gewijzigde financiering dan weer gezorgd voor een golf van veranderingen.
Waar je ook werkt, je kan ervan op aan dat de LBC-NVK niet alleen alle veranderingen in je sector voor je opvolgt maar er ook alles aan doet om te wegen op het beleid. De LBC-NVK gaat voor een correcte financiering van de sector, onderhandelt afspraken over het inzetten van voldoende personeel en waakt over de kwaliteit van de zorg.
Fatiha Dahmani, nationaal verantwoordelijke gehandicaptenzorg, jongerenwelzijn en welzijnswerk LBC-NVK

Bevoegdheidsgebied PC 319 Gehandicaptenzorg, jongerenwelzijn en welzijnswerk

Opvoeders1
PC 319 PARITAIR COMITÉ VOOR DE OPVOEDINGS- EN HUISVESTINGSINRICHTINGEN EN –DIENSTEN
[0] K.B. 12.08.1974 B.S. 10.09.1974
[1] K.B. 05.11.1990 B.S. 14.11.1990
[2] K.B. 13.12.2000 B.S. 10.01.2001
[3] K.B. 04.06.2012 B.S. 19.06.2012
Artikel 1er, § 1

Bevoegd voor de werknemers in het algemeen en hun werkgevers behorende tot volgende bedrijfstakken :
1.de inrichtingen en diensten met internaat of semi-internaatstelsel voor minderjarigen en/of voor gehandicapte volwassenen;
2.de diensten voor plaatsing in gezinnen;
3.de diensten die gezinsvervangende tehuizen organiseren;
4.de diensten die, hetzij in het kader van de bijzondere jeugdbijstand, hetzij in het kader van de gehandicaptenzorg, een ambulante hulp en begeleiding bieden, zowel van collectieve als van individuele aard, in het eigen milieu of in een open dienst;
5.de inrichtingen en diensten onderworpen aan de reglementering tot vaststelling van de voorwaarden inzake erkenning of subsidiëring van de autonome centra voor algemeen welzijnswerk en van de onthaalcentra of van de onthaaltehuizen voor bepaalde thuislozen;
6.de inrichtingen en diensten die huisvesting of bijstand inzake wonen bieden aan in hoofdzaak bijzondere maatschappelijk achtergestelde groepen, uitgezonderd het verrichten van bouwwerkzaamheden.
Onder diensten in het kader van de bijzondere jeugdbijstand, bedoeld in het eerste lid, 4, worden onder meer verstaan:
a.de centra voor opvoedkundige voorlichting;
b.de diensten voor opvoedkundige of filantropische prestaties;
c.de diensten voor provoogdij;
d.de diensten voor hulpverlening in open milieu;
e.de dagcentra;
f.de diensten voor hulp en opvoedkundige tussenkomst;
g.de diensten voor onthaal en opvoedkundige hulp;
h.de thuisbegeleidingsdiensten;
i.de diensten voor begeleid zelfstandig wonen.

Onder diensten in het kader van de gehandicaptenzorg, bedoeld in het eerste lid, 4, worden onder meer verstaan:
a.de diensten voor vroegtijdige hulp aan gehandicapte kinderen en aan de ouders van gehandicapte kinderen;
b.de diensten voor hulp aan de activiteiten van het dagelijkse leven;
c.de begeleidingsdiensten;
d.de thuisbegeleidingsdiensten;
e.de diensten voor zelfstandig wonen van gehandicapte personen;
f.de diensten voor beschermd wonen;
g.de diensten voor begeleid wonen van mentaal gehandicapten.

§ 2 Het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten is niet bevoegd voor de werkgevers die, op basis van de verrichte activiteit, ressorteren onder een ander paritair comité.

PC 319.01 PARITAIR SUBCOMITÉ VOOR DE OPVOEDINGS- EN HUISVESTINGSINRICHTINGEN EN -DIENSTEN VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
[0] K.B. 03.07.1990 B.S. 12.07.1990
[1] K.B. 14.12.2001 B.S. 15.01.2002

Artikel 2, alinea 1
Bevoegd voor de werknemers in het algemeen en hun werkgevers, zijnde de inrichtingen en diensten die vallen onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en –diensten en die worden erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschapscommissie.