Vakantie

Socio culturele1

Jaarlijkse vakantie

Elke werknemer heeft jaarlijks recht op wettelijke vakantie. Hoeveel dagen je dit jaar krijgt, hangt af van hoeveel je vorig jaar gewerkt hebt. Een volledig jaar voltijds werken, levert je vier weken vakantie op. Heb je deeltijds gewerkt, dan krijg je vakantie in verhouding tot je contractuele arbeidsduur.
Heb je op een bepaald moment in je loopbaan geen volledig recht op de vakantiedagen, dan kan je toch vakantie nemen. Een paar specifieke regelingen helpen je daarbij:
  • Jeugdvakantie: je bent schoolverlater en ging pas aan de slag;
  • Seniorvakantie: je bent ouder dan vijftig en ging terug aan de slag na een lange periode van inactiviteit (werkloosheid, invaliditeit, …);
  • Aanvullende ‘Europese’ vakantie: als je geen recht hebt op ‘gewone’ vakantiedagen, of op jeugd- of seniorvakantie, dan is de ‘aanvullende vakantie’-regeling er voor jou. Met die regeling kan je toch tot vier weken betaalde vakantie nemen. Weet wel dat je deze vakantie eigenlijk zelf betaalt. Het loon (enkelvoudig vakantiegeld) dat je hiervoor ontvangt, zal immers verrekend worden met het dubbel vakantiegeld van het volgende jaar. Een verwittigd vakantieganger…
Vraag zeker meer informatie aan de LBC-NVK als je meer wilt weten over het recht op deze specifieke regelingen.

Wettelijk vakantiegeld

Bij de wettelijke vakantiedagen hoort ook vakantiegeld. De meeste organisaties betalen het uit op een vast moment, bijvoorbeeld in de maand mei.
De berekening van het vakantiegeld verschilt nog steeds naargelang je een arbeiders- of een bediendestatuut hebt:
  • Het vakantiegeld van arbeiders  bedraagt 15,38% van het totale jaarloon. Dat bedrag staat voor loon en vakantiegeld. Het wordt uitbetaald door de vakantiekassen;
  • Als bedienden vakantie nemen, loopt het gewone loon door. Dat noemt men ook het ‘enkel’ vakantiegeld. Het ‘dubbel’ vakantiegeld bedraagt ongeveer 92% van het loon.
Voor de specifieke stelsels van jeugdvakantie en seniorvakantie kan je terecht bij het ACV, dat ook optreedt als dienstverlening en uitbetalingsinstelling.
Als je van werkgever verandert, is er voor het vakantiegeld van bedienden een overgangsberekening van toepassing, het ‘vakantiegeld bij uitdiensttreding’. Dit wordt vermeld op het vakantie-attest en is van belang voor je volgende werksituatie.

Feestdagen

Elke werknemer heeft jaarlijks recht op tien betaalde wettelijke feestdagen: Nieuwjaar (1 januari), paasmaandag, Dag van de Arbeid (1 mei), O.H. Hemelvaart, Pinkstermaandag, Nationale Feestdag (21 juli), O.L.V. Hemelvaart (15 augustus), Allerheiligen (1 november), Wapenstilstand (11 november) en Kerstmis (25 december). In heel wat instellingen is het Feest van de Vlaamse Gemeenschap (11 juli) ook een verlofdag.
Een feestdag die samenvalt met een zondag of met een gewone inactiviteitsdag in de onderneming, of met de rustdag van een werknemer in een instelling die continu werkt, wordt vervangen. In de ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging kunnen daar afspraken over worden gemaakt.
Wie werkt op een feestdag, behoudt zijn recht op de feestdag in de vorm van betaalde inhaalrust. Voor deeltijdse werknemers zijn er specifieke regels in functie van een vast of een variabel uurrooster. 
In sommige organisaties bestaan ook lokale afspraken over extra feestdagen of extra vakantiedagen. Informatie daarover krijg je van de afgevaardigden van de LBC-NVK.

Extra verlof zorgt mee voor een leefbare loopbaan

Een loopbaan in de non-profit is boeiend en maatschappelijk zinvol. Maar er twijfelt vast niemand aan dat ook tijd voor jezelf en voor je leven buiten het werk van groot belang is. De wettelijke jaarlijkse vakantie voor werknemers is een sociaal basisrecht. Maar extra verlofdagen zijn nodig om te zorgen voor goede en leefbare loopbanen. Wist je dat extra verlof er alleen komt door onderhandelde akkoorden?
Word je 35 jaar dan heb je een bijkomend recht op vijf extra verlofdagen tot en met je 44ste. Gezien er echter in een aantal organisaties reeds een aantal extra vakantiedagen waren voorzien, kan het zijn dat deze vakantiedagen verrekend worden. Dit moet gebeuren zoals in onderstaande tabel.
Bestaande verlofdagen (1) Bijkomende extra verlofdagen 35-44 jaar Totaal extra verlofdagen 35-44 jaar (2)
0 + 5 5
1 + 4.5 5.5
2 + 4 6
3 + 3.5 6.5
4 + 3 7
5 + 2.5 7.5
6 + 2 8
7 + 1.5 8.5
8 + 1 9
9 + 0.5 9.5
10 of meer 0 blijft 10 of meer
(1) Het aantal extra verlofdagen volgens bestaande rechten (voltijdse basis):
  • betaalde vakantiedagen bovenop de vier wettelijke weken;
  • extra feestdagen buiten de tien wettelijke dagen;
  • anciënniteitsverlofdagen;
  • compensatiedagen voor een arbeidsduurverkorting onder de achtendertig uur per week.
(2) Met de bestaande extra verlofdagen er dus bijgeteld.
Vanaf 45 jaar heb je recht op  twaalf extra verlofdagen. Deze extra verlofdagen vervangen echter de vijf extra verlofdagen tussen 35 en 44 jaar. Vanaf 50 jaar krijg je vierentwintig en vanaf 55 jaar zesendertig extra vrije dagen. Dit systeem noemen we de VAP-regeling (vrijstelling van arbeidsprestaties). De vrijstelling van arbeidsprestaties met behoud van loon is een belangrijke regeling. Die onderhandelden we om je loopbaan op een goeie manier vol te kunnen houden.