PC 329 Socio-culturele sector

Socio culturele3
Als er een sector in de non-profit het predicaat divers verdient, dan is het wel de socioculturele. Onder de sector vallen uiteenlopende organisaties en instellingen als culturele centra, bibliotheken, musea, maar ook sportverenigingen, ngo’s, de samenlevingsopbouw, het sociaal-cultureel werk, de centra voor beroepsopleidingen, enzovoort. In Vlaanderen en Brussel goed voor 16.521 VTE (Voltijdse Equivalenten) verdeeld over 24.590 werknemers (cijfers 2013).
De organisaties worden erkend en/of volledig of gedeeltelijk gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De loon- en werkvoorwaarden worden vastgelegd in het paritair comité 329.01 en 329.03.
Stef Doise, nationaal verantwoordelijke socioculturele sector LBC-NVK

Bevoegdheidsgebied PC 329 Socio-culturele sector

Socio culturele4
PC 329 VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR
[0] K.B. 28.10.1993 B.S. 17.11.1993
[1] K.B. 13.11.1996 B.S. 29.11.1996
[2] K.B. 13.12.2000 B.S. 16.01.2001
Artikel 1
Bevoegd voor de werknemers in het algemeen en hun werkgevers, te weten de organisaties die geen winstgevend doel nastreven en die één of meerdere van de volgende activiteiten uitoefenen:

de culturele centra of elke organisatie die een vergelijkbare socio-culturele activiteit uitoefent en daar ruimten voor ter beschikking stelt
- de bibliotheken, mediatheken, ludotheken, die voor iedereen toegankelijk zijn; de informatie- en documentatiecentra en archiefcentra
- de sportverenigingen, sportcentra en sportclubs
•als sportvereniging of sportclub wordt beschouwd elke organisatie die in het kader van de permanente vorming, belangeloos de lichamelijke opvoeding, de sport en het open-lucht-leven bevordert
•als sportcentrum wordt beschouwd een geheel of groep van gebouwen en infrastructuur die belangeloos ter beschikking worden gesteld voor het beoefenen van binnen- en buitensporten
- de niet-commerciële radioverenigingen en/of televisieverenigingen; de productie- en/of distributiecentra van allerhande media waarvan de hoofddoelstelling is de ondersteuning van de
permanente educatie en het socio-cultureel werk en die op basis daarvan een erkenning hebben
- de initiatieven in de samenlevingsopbouw, met name elke organisatie waarvan de hoofddoelstelling is de ontwikkeling van projecten, structuren of netwerken die bijdragen tot de deelname aan en integratie tot het culturele, politieke, economische of sociale leven van één of meerdere bevolkingscategorieën, zoals onder meer etnisch-culturele minderheden
- de organisaties voor volksontwikkeling, sociaal-cultureel werk en basiseducatie in het kader van de permanente educatie voor volwassenen met het oog op onder meer de persoonlijke, culturele, sociale, economische en politieke ontplooiing en participatie en op het in staat stellen van het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden
- de organisaties met als doel de bescherming van het leefmilieu, de leefomgeving of het cultureel en historisch erfgoed en de verenigingen inzake de educatie ervan
het landelijk, regionaal of lokaal georganiseerd jeugdwerk; de jeugdcentra, de jeugdhuizen, de jeugdclubs, de jeugddiensten en de jeugdateliers
- de organisaties voor beroepsopleiding, beroepsvervolmaking en beroepsherscholing
- de niet-commerciële toeristische organisaties
- de organisaties voor ontwikkelingssamenwerking of ontwikkelingseducatie
- de organisaties ter bevordering van een gedachtegoed
- de musea en de ermee verbonden educatieve diensten
- de verenigingen ter bevordering van plastische en literaire kunst of tot organisatie van evenementen of tentoonstellingen van werken die met deze kunsten verband houden
- de organisaties die de in bovenvermelde punten opgesomde organisaties begeleiden of ondersteunen.
Art. 2
Het Paritair Comité voor de socio-culturele sector is niet bevoegd voor:
- de werknemers tewerkgesteld door de in artikel 1 vermelde werkgevers aan activiteiten ressorterende onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het hotelbedrijf of van het Paritair Comité voor het vermakelijkheidsbedrijf
- de centra voor middenstandsopleiding
- de politieke partijen
- de betaalde sportbeoefenaars
- de werkgevers die, op basis van de verrichte activiteit, ressorteren onder een ander daarvoor specifiek bevoegd paritair comité.

PSC 329.01 PARITAIR SUBCOMITÉ VOOR DE SOCIO-CULTURELE SECTOR VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
[0] K.B. 21.09.2004 B.S. 30.09.2004
Artikel 2, eerste lid
bevoegd voor de werknemers in het algemeen en hun werkgevers, zijnde de organisaties die een activiteit uitoefenen die valt onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de socio-culturele sector en die:
- hetzij hun maatschappelijke zetel hebben in het Vlaamse Gewest
- hetzij hun maatschappelijke zetel hebben in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, en die erkend zijn en/of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap en/of de Vlaamse Gemeenschapscommissie of die, al naar gelang het geval, wegens hun activiteiten of hun organisatie moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap
- hetzij opgericht zijn als een organisatie (vereniging zonder winstoogmerk, stichting of internationale vereniging) van buitenlands recht, en die hun centrum van werkzaamheden hebben in het Vlaamse Gewest
Onder internationale vereniging verstaat men een vereniging zoals beschreven in artikel 46 en volgende van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.