Even voorstellen: pc 330 Rusthuizen

Rusthuis1
PC 330 Ouderenzorg
[0] K.B. 09.03.2003 B.S. 08.04.2003 
[1] K.B. 15.09.2006 B.S. 29.09.2006 
[2] K.B. 24.10.2012 B.S. 11.12.2012 
Artikel 1, § 1 
Bevoegd voor de werknemers in het algemeen en hun werkgevers behorende tot de volgende bedrijfstakken: 
  1. de inrichtingen en diensten die geneeskundige, profylactische of hygiënische verzorging verlenen; 
  2. de medische of sanitaire inrichtingen en diensten; 
  3. de inrichtingen die sociale, psychische of fysische gezondheidszorg verlenen; 
  4. de inrichtingen voor tandprothesen. 
Tot deze inrichtingen en diensten behoren bij wijze van voorbeeld: 
  1. alle inrichtingen die zijn onderworpen aan de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987; 
  2. de overlegplatforms van psychiatrische instellingen en diensten; 
  3. de psychiatrische verzorgingstehuizen; 
  4. de initiatieven voor beschut wonen voor psychiatrische patiënten; 
  5. de revalidatiecentra; 
  6. de rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen en serviceflats; 
  7. de diensten voor thuisverpleging; 
  8. de equipes voor palliatieve thuiszorg; 
  9. de wijkgezondheidscentra; 
  10. de diensten voor bloedtransfusie en bloedverwerking; 
  11. de polyklinieken; 
  12. de laboratoria voor klinische biologie of voor pathologische anatomie; 
  13. de ondernemingen uit de bedrijfstak van het onafhankelijk ziekenvervoer; 
  14. de eerste-hulpdiensten; 
  15. de medisch-pediatrische centra; 
  16. de dagverzorgingscentra voor bejaarden; 
  17. de dagcentra voor bejaarden; 
  18. de kabinetten van huisartsen, specialisten, tandartsen, kinesitherapeuten en andere paramedici; 
  19. de diensten voor fysiotherapie; 
  20. de ondernemingen uit de bedrijfstak van de tandprothese; 
  21. de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk; 
  22. de geïntegreerde diensten voor thuisverzorging, met uitzondering van de geïntegreerde diensten voor thuisverzorging die erkend zijn als samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg behorende tot het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector. 
Het paritair comité is eveneens bevoegd voor de inrichtingen en diensten die door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie worden erkend en/of gesubsidieerd of die onder hun bevoegdheid vallen, zoals onder meer: 
  1. de diensten die sociale hulp verlenen aan justiciabelen; 
  2. de centra voor algemeen welzijnswerk; 
  3. de centra voor geestelijke gezondheidszorg; 
  4. de diensten voor de strijd tegen toxicomanie en tot voorkoming van verslavingen. 
Het paritair comité is niet bevoegd voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten die ressorteren onder een ander daarvoor specifiek bevoegd paritair comité. 

Profiel PC 330 Ouderenzorg

Rusthuis1
In juni 2015 voerde de LBC-NVK een grootschalige enquête uit bij het personeel van de rusthuizen. Bij die bevraging maakte 86% van het personeel melding van de stijgende werkdruk. De belangrijkste oorzaken zijn het personeelstekort en de toenemende ‘zorgzwaarte’ van veel oudere bewoners.
Er werken in Vlaanderen ongeveer 39.000 werknemers in de ouderenzorg. Deze collega’s geven zorg en ondersteuning aan ongeveer 144.000 ouderen. Zeven op zeven, én de klok rond.
De meeste instellingen voor ouderenzorg zijn private initiatieven, beheerd door een vzw. Dat is het geval voor meer dan de helft van de instellingen in Vlaanderen. Ongeveer 13 procent van de Vlaamse instellingen is in handen van een commerciële speler. Vaak gaat het om ondernemingen die een aantal rusthuizen beheren. Zij zijn vooral in Brussel en Wallonië actief. De overige instellingen hebben een openbaar statuut.
Sinds juli 2014 is de Vlaamse Regering bevoegd voor de ouderenzorg in Vlaanderen. Dat is een gevolg van de laatste staatshervorming.
Door de financiële crisis en de staatshervorming zien we dat in veel sectoren van de non-profit bespaard wordt. In de ouderenzorg wordt er sinds 2013 vooral te weinig geïnvesteerd in bijkomend personeel. Toch wordt de gemiddelde bewoner ouder en meer zorgbehoevend. De verouderde personeelsnormen maken het probleem alleen maar erger. Vaak is er te weinig personeel op de werkvloer aanwezig.
Maar de LBC-NVK zette ook stappen vooruit in de sector. Zo krijgen alle zorgkundigen vanaf januari 2013 hetzelfde barema. We bereikten ook een akkoord over extra jobs. Met 1.500 nieuwe collega’s konden we in 600 woon- en zorgcentra een mobiele equipe opstarten. Die mobiele ploeg springt in waar nodig bij afwezigheden of al te hoge werkdruk. Is dat voldoende? Verre van, maar het is een eerste belangrijke stap.
Een aanvaardbare werkdruk, goede arbeidsomstandigheden voor een goede zorg en een degelijk loon zijn in de ouderenzorg de uitdagingen voor de komende jaren. Daar blijft de LBC-NVK aan werken.
Olivier Remy, nationaal verantwoordelijke ouderenzorg LBC-NVK