PC 330 Gezondheidsinstellingen, labo en preventiediensten

Scheikunde8
Meer dan de helft van de werknemers in de non-profit werkt in één van de federale sectoren.
De federale overheid is bevoegd voor die sectoren, met name: de ziekenhuizen, de revalidatiecentra, de thuisverpleging, de ouderenzorg, het Rode Kruis en de gezondheidsinstellingen, labo's en preventiediensten.
De ziekenhuizen en de ouderenzorg zijn de grotere sectoren. Maar er behoren ook enkele kleinere sectoren tot de federale non-profit.
Eén daarvan wordt gevormd door de gezondheidsinstellingen, labo's en preventiediensten. Spijtig genoeg vallen die sectoren niet onder de federale akkoorden en zijn de lonen van deze werknemers niet gelijkgesteld met die van de collega’s uit de ziekenhuizen.
Een strijdpunt waar de LBC-NVK voor blijft vechten.

Bevoegdheidsomschrijving paritair comité 330

Scheikunde6
PC 330 Gezondheidsinstellingen, labo's en preventiediensten (Restsectoren)
[0] K.B. 09.03.2003 B.S. 08.04.2003 
[1] K.B. 15.09.2006 B.S. 29.09.2006 
[2] K.B. 24.10.2012 B.S. 11.12.2012 
Artikel 1, § 1 
Bevoegd voor de werknemers in het algemeen en hun werkgevers behorende tot de volgende bedrijfstakken: 
  1. de inrichtingen en diensten die geneeskundige, profylactische of hygiënische verzorging verlenen; 
  2. de medische of sanitaire inrichtingen en diensten; 
  3. de inrichtingen die sociale, psychische of fysische gezondheidszorg verlenen; 
  4. de inrichtingen voor tandprothesen. 
Tot deze inrichtingen en diensten behoren bij wijze van voorbeeld: 
  1. alle inrichtingen die zijn onderworpen aan de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987; 
  2. de overlegplatforms van psychiatrische instellingen en diensten; 
  3. de psychiatrische verzorgingstehuizen; 
  4. de initiatieven voor beschut wonen voor psychiatrische patiënten; 
  5. de revalidatiecentra; 
  6. de rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen en serviceflats; 
  7. de diensten voor thuisverpleging; 
  8. de equipes voor palliatieve thuiszorg; 
  9. de wijkgezondheidscentra; 
  10. de diensten voor bloedtransfusie en bloedverwerking; 
  11. de polyklinieken; 
  12. de laboratoria voor klinische biologie of voor pathologische anatomie; 
  13. de ondernemingen uit de bedrijfstak van het onafhankelijk ziekenvervoer; 
  14. de eerste-hulpdiensten; 
  15. de medisch-pediatrische centra; 
  16. de dagverzorgingscentra voor bejaarden; 
  17. de dagcentra voor bejaarden; 
  18. de kabinetten van huisartsen, specialisten, tandartsen, kinesitherapeuten en andere paramedici; 
  19. de diensten voor fysiotherapie; 
  20. de ondernemingen uit de bedrijfstak van de tandprothese; 
  21. de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk; 
  22. de geïntegreerde diensten voor thuisverzorging, met uitzondering van de geïntegreerde diensten voor thuisverzorging die erkend zijn als samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg behorende tot het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector. 
Het paritair comité is eveneens bevoegd voor de inrichtingen en diensten die door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie worden erkend en/of gesubsidieerd of die onder hun bevoegdheid vallen, zoals onder meer: 
  1. de diensten die sociale hulp verlenen aan justiciabelen; 
  2. de centra voor algemeen welzijnswerk; 
  3. de centra voor geestelijke gezondheidszorg; 
  4. de diensten voor de strijd tegen toxicomanie en tot voorkoming van verslavingen. 
Het paritair comité is niet bevoegd voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten die ressorteren onder een ander daarvoor specifiek bevoegd paritair comité.