PC 331 Kinderopvang

Kinderopvang1
Sinds enkele jaren is de sector van de kinderopvang grondig veranderd. In de sector van zorg, welzijn en cultuur (de non-profit) is de kinderopvang een van de sterkst groeiende sectoren. Ondertussen werken er bijna 12.000 werknemers. Daardoor is de sector al een hele tijd niet meer ‘het kleine broertje’ van de non-profit.

De kinderopvang is een heel diverse sector. Hij omvat de deelsectoren:
  • De kinderdagverblijven voor baby’s en peuters;
  • De initiatieven buitenschoolse kinderopvang (IBO’s);
  • De buurt- en nabijheidsdiensten (lokale kinderopvang);
  • De diensten voor opvanggezinnen en de onthaalouders.

De afgelopen jaren werden de kinderdagverblijven en de diensten voor opvanggezinnen (de voorschoolse kinderopvang) geconfronteerd met heel wat veranderingen. Het decreet ‘kinderopvang van baby’s en peuters’ heeft het kinderopvanglandschap drastisch gewijzigd. Zo spreken we niet langer van ‘zelfstandige initiatieven met of zonder toezicht’ of van ‘erkende en/of gesubsidieerde voorzieningen’.
Door het decreet moet elke voorziening een vergunning aanvragen. Daardoor bestaat er alleen nog maar vergunde kinderopvang. De LBC-NVK vindt dat een goede zaak. Elk kind moet kunnen genieten van dezelfde kwaliteit van de opvang.

Ook de financiering van de sector is veranderd. Vergunde voorzieningen ontvangen subsidies volgens de ‘subsidietrappen’. De vroegere erkende kinderopvanginitiatieven ontvangen subsidietrap 2a of trap 3. De vroegere zelfstandige initiatieven die inkomens-gerelateerd werken, ontvangen subsidietrap 2b.
Moet je als werknemer in de kinderopvang wakker liggen van zoiets als subsidietrappen? Natuurlijk niet, maar je loon- en werkvoorwaarden hangen er wel vanaf. Vandaar dat wij in deze brochure geregeld verwijzen naar de subsidietrappen.
Wil je weten waar jouw kinderdagverblijf onder valt? Neem contact op met één van onze secretariaten.

 Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe regelgeving voor de buitenschoolse opvang. En, omdat het aantal onthaalouders blijft dalen, wordt ook onderzocht welk toekomstperspectief aan de gezinsopvang kan gegeven worden. Voor die twee deelsectoren zijn de komende jaren cruciaal.

De LBC-NVK werkt mee aan de veranderingen in de sector en doet dat met een duidelijk doel. De uitbouw en de kwaliteit van de kinderopvang en de maatschappelijke waarde ervan staan altijd mee vooraan. Dat is vandaag, én morgen, gelinkt aan volwaardig statuten, aan correcte loon- en werkvoorwaarden, aan voldoende tewerkstelling en aan een verbetering van de kwaliteit van leven en werk.
Onthaalouders
Al 15 jaar ijvert de LBC-NVK samen met de onthaalouders voor een volwaardig werknemersstatuut. Specifiek voor onthaalouders ontwikkelde de LBC-NVK www.onthaalouders.be. Daar vind je alle nieuws over onze campagnes en over het werknemersstatuut, de link naar het enige echte forum voor onthaalouders en natuurlijk ook alle info over het sociaal statuut voor onthaalouders. 

Sinds de oprichting van het paritair comité 331 onderhandelen we in het comité over de verschillende deelsectoren binnen de kinderopvang. De harmonisering van de loon- en werkvoorwaarden binnen de sector staat daarin centraal. De LBC-NVK is heel fier dat we daarin al een aantal belangrijke stappen gezet hebben. Maar we zijn er nog niet. Daarom zullen we met onze sector ons steentje bijdragen aan de acties van de Witte Woede.

Fatiha Dahmani, nationaal verantwoordelijke kinderopvang LBC-NVK

Bevoegdheidsomschrijving paritair comité 331

Kinderopvang2
PC 331 Kinderopvang
 
[0] K.B. 09.03.2003 B.S. 08.04.2003
 
[1] K.B. 26.01.2010 B.S. 10.02.2010
 
[2] K.B. 21.07.2011 B.S. 10.08.2011
 
Artikel 1, § 2
 
Bevoegd voor de werknemers in het algemeen en hun werkgevers, namelijk de hiernavermelde inrichtingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden erkend en/of gesubsidieerd:
 
de kinderkribben, peutertuinen, diensten voor onthaalouders, diensten voor thuisopvang van zieke kinderen, buitenschoolse kinderopvang;
 
1.       de centra voor geboorteregeling;
 
2.       de centra voor tele-onthaal;
 
3.       de sociale vrijwilligersorganisaties;
 
4.       de diensten voor de strijd tegen toxicomanie;
 
5.       de centra voor huwelijkscontacten;
 
6.       de centra voor prenatale raadpleging;
 
7.       de consultatiebureaus voor het jonge kind;
 
8.       de vertrouwenscentra kindermishandeling;
 
9.       de diensten voor adoptie;
 
10.    de centra voor ontwikkelingsstoornissen;
 
11.    de consultatiecentra voor gehandicaptenzorg;
 
12.    de samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg;
 
13.    de centra voor geestelijke gezondheidszorg;
 
14.    de diensten en de centra voor gezondheidspromotie en preventie, met uitzondering van de ziekenfondsen.
 
Het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector is eveneens bevoegd voor de voorzieningen voor kinderopvang onder toezicht van de bevoegde instelling van de Vlaamse Gemeenschap of van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.