Actualiteit voor vakbondsmilitanten

Als vakbondsmilitant wil je de sociale actualiteit uiteraard op de voet volgen. Over belangrijke vakbondsthema's vind je hier actuele achtergrondinformatie.

‘Halftijds pensioen’ mag geen landingsbanen vervangen!

Mee onder druk van de vakbonden heeft de minister van pensioenen, de liberaal Daniel Bacquelaine (MR), onlangs bevestigd dat het ‘pensioen met punten’ er deze legislatuur niet komt. Als het aan de vakbond ligt, komt het er nooit. In een interview met Sudpresse lanceerde Bacquelaine meteen een nieuw initiatief: het halftijds pensioen. Compleet nieuw is dat niet want in het regeerakkoord van Charles Michel stond al de mogelijkheid om het pensioen gedeeltelijk op te nemen. 
Waarover gaat dit?
Ouderen zouden halftijds het wettelijk pensioen kunnen opnemen en halftijds blijven werken. Het zou dus niet om een deeltijds pensioen gaan zoals oorspronkelijk in het regeerakkoord vermeld. In een 38-urenweek wordt het dus 19 uur pensioen en 19 uur werken.
Wie kan dit opnemen?
De mogelijkheid zou voorlopig alleen worden gegeven aan ambtenaren en werknemers. Het kan ten vroegste vanaf de leeftijd van het vervroegd pensioen. En dat is vanaf 2019 vanaf 63 jaar na een loopbaan van 42 jaar. Wie een lange loopbaan van 44 of 43 jaar kan bewijzen, kan nog op 60 respectievelijk 61 jaar met vervroegd pensioen.
Verschil met landingsbaan?
Bij een deeltijds pensioen zou alleen voor de periode van tewerkstelling nog pensioen worden opgebouwd. Kies je voor een halftijdse landingsbaan? Dan zal je pensioen opbouwen voor de jaren waarin je een uitkering krijgt én uiteraard ook voor de periode van tewerkstelling. Je latere pensioen zal in het tweede geval dus hoger zijn.
Op het eerste gezicht is er niets mis met de invoering van een halftijds pensioen. Mààr de LBC-NVK kan het idee niet aanvaarden als dit halftijds pensioen in de plaats zou komen van landingsbanen. En dat risico zit er toch wel in. Het wordt voor werknemers almaar moeilijker gemaakt om aan het einde van de loopbaan gas terug te nemen. 
In het Zomerakkoord beslisten de politici ongegeneerd om de landingsbanen voort af te bouwen door de leeftijd te verhogen naar 60 jaar. Ongehoord want het werktempo stijgt aanzienlijk. Vele werknemers kunnen dat tempo niet volhouden tot aan hun pensioen. 
Als aanvulling oké
Landingsbanen zijn een pure noodzaak om werken tot aan het pensioen draaglijk te houden. Het halftijds pensioen is dan ook alleen te aanvaarden als het een aanvulling is voor de huidige eindeloopbaansystemen. Niet als vervanging. Het kan een uitweg zijn voor mensen die net niet aan de voorwaarden voldoen om te kiezen voor een landingsbaan.
Of zo’n halftijds pensioen succes zou hebben is zeer de vraag. Heel wat werknemers, vooral vrouwen, kunnen op 63 jaar zelfs geen 42 werkjaren bewijzen. En kunnen hierdoor nooit instappen met halftijds pensioen gaan!
Op dit moment zijn de wetteksten nog niet beschikbaar. De uitvoering van het halftijds pensioen kan nog alle kanten op. Het dossier nu ter sprake brengen, lijkt een slinks manoeuvre van de minister om de aandacht af te leiden van een veel belangrijker debat, namelijk dat over de zware beroepen. We willen absoluut geen partiële besluiten over zware beroepen of deeltijdse pensioenen. De LBC-NVK wil een ernstig debat over het héle eindeloopbaanverhaal. Want dat is onlosmakelijk verbonden met een degelijke pensioenregeling.

Landingsbanen 55 jaar en beroepsloopbaan 35 jaar

De RVA zal de beroepsloopbaan van 35 jaar strenger controleren.
De berekening van de landingsbaan gebeurt door de RVA via het attest C61 Berekening landingsbaan. Dit attest is te vinden op de site van de RVA of via deze link. Hoe snel de RVA hierop een antwoord zal geven is niet voorspelbaar. 
Het is dan misschien ook niet onbelangrijk om hieronder een kort overzicht te geen van de elementen die meespelen in de berekening van de loopbaanvoorwaarde van 35 jaar.  De berekening gebeurt volgens het SWT-stelsel zwaar beroep (58 jaar met 35 jaar beroepsverleden). Welke dagen komen in aanmerking: 
  • De werkelijke arbeidsdagen; 
  • De in de werkloosheidsreglementering opgesomde dagen, die met arbeidsdagen worden gelijkgesteld, met uitzondering van de dagen van volledige werkloosheid; 
  • De periode van legerdienst of dienst als gewetensbezwaarde; 
  • De dagen van volledige werkloosheid voor een maximumduur van 5 jaar in kalenderdagen; 
  • De dagen van loopbaanonderbreking of tijdskrediet volgens de herstelwet 22.1.1985 en de periode van onderbreking van de loondienst wegens opvoeding van een kind van minder dan 6 jaar: maximum vrijstelling in totaal 3 jaar in kalenderjaren; 
  • Onderbreking van de loopbaan wegens opvoeding van een tweede of volgend kind van minder dan 6 jaar: een extra krediet van 3 jaar in kalenderjaren 
Het beroepsverleden van 35 jaar wordt bereikt van zodra 34,5 jaar bewezen is.
Het beroepsverleden moet bereikt worden op het moment van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever. 

Landingsbanen en pensioen

Wat zijn de gevolgen voor mijn wettelijk pensioen?
  • Gelijkstelling van perioden van onderbreking met gewerkte perioden enkel indien je onderbrekingsuitkering ontvangt.
  • Bij landingsbaan onder de 60 jaar is de gelijkstelling gelijk aan het minimumrecht = 24.730,99 euro/jaar.
  • Bij landingsbaan boven de 60 jaar is de gelijkstelling voor de eerste 312 VTE aan het werkelijk verdiende loon begrensd tot 55.657,47 euro/jaar. Dit betekent voor een 1/5 landingsbaan een gelijkstelling tot aan het wettelijk pensioen op 65 jaar en voor een ½ landingsbaan dat er een gelijkstelling aan het werkelijke loon is voor 2 jaar. Na uitputting van de 312 VTE is de gelijkstelling weer aan het minimumrecht.
  • Uitzonderingen: gelijkstelling aan het werkelijk begrensde loon geldt voor zware beroepen en ondernemingen in herstructurering en in moeilijkheden. 
Wat zijn de gevolgen voor het aanvullend pensioen?
  • Bij een DC-plan (vast bijdragen) zullen voor de toekomstige perioden van onderbreking de premies berekend worden op het verminderde loon en ontvang je voor de komende jaren minder kapitaal.
  • Bij een DB-plan (te bereiken doel) zal het verminderde loon gevolgen hebben voor de reeds opgebouwde en toekomstige loopbaan (!) met vermindering van reserves en lager geprojecteerd kapitaal als gevolg.
  • Indien een cao of reglement deze perioden gelijkstelt met gewerkte perioden, dan zal je geen vermindering van reserves of kapitaal ondervinden.
Raadpleeg steeds het reglement en eventuele cao’s of vraag na bij de personeelsdienst van de onderneming voor de mogelijke gevolgen van een vermindering van de loopbaan op het aanvullend pensioen.

1/10 ouderschapsverlof en flexibele opname thematische verloven: wetten gepubliceerd

In het BS van 26 september verscheen de wetten die het mogelijk maken op 1/10 ouderschapsverlof op te nemen en die een soepelere opname van de thematische verloven voorziet.
Ouderschapsverlof: ook 1/10 ouderschapsverlof mogelijk
De wet voert naast de bestaande vormen van ouderschapsverlof ook een recht op 1/10 ouderschapsverlof in. Met deze maatregel kunnen ouders gedurende 40 maanden een halve dag per week of tweewekelijks een volledige dag ouderschapsverlof opnemen.
Een koninklijk besluit kan deze mogelijkheid tot 1/10 ouderschapsverlof wel afhankelijk maken van het akkoord van de werkgever. Dat lijkt ook de bedoeling te zijn: zonder akkoord van de werkgever geen 1/10 ouderschapsverlof.
Thematische verloven: flexibelere opnamevormen
Met deze wet zal het mogelijk zijn om een vermindering van arbeidsprestaties naar vrije keuze in te plannen.
Hierbij is wel het akkoord van de werkgever vereist. Bovendien moet de vermindering overeenkomen met een vermindering van gemiddeld 1/2, respectievelijk 1/5 over de betrokken periode. Ook de principes van deeltijdse arbeid moeten uiteraard gerespecteerd worden.
Dit is niet nieuw, maar de wetgever gelooft dat dit meer rechtszekerheid biedt aan zowel werknemers als werkgevers.
De flexibeler opnamevormen voorzien een opname van:
  • voltijds ouderschapsverlof en verlof voor medische bijstand in weken
  • halftijds ouderschapsverlof per maand.
Ook hier is het akkoord van de werkgever vereist.
Beide wetten treden in werking op 6 oktober 2018. Voor de praktische uitwerking is het nog wachten op de koninklijke besluiten.

Uitbreiding adoptie- en pleegouderverlof vanaf 1 januari 2019

In hetzelfde Staatsblad werd de wetgeving omtrent de uitbreiding van het adoptie- en zorgverlof eveneens opgenomen.
Het adoptieverlof voor een minderjarig kind zal 6 weken bedragen. De maximumleeftijd van 8 jaar verdwijnt. Vanaf 2019 zal er om de 2 jaar telkens een week bijkomen tot het maximum van 17 weken bereikt is tegen 2027. Elke adoptieouder kan 6 weken opnemen en de bijkomende 5 weken kunnen onderling verdeeld worden tussen beide adoptieouders.
Concreet voor 2019: 6 weken per adoptieouder + 1 bijkomende week.
Gedurende de eerste 3 dagen van het adoptieverlof heeft de werknemer recht op gewaarborgd loon ten laste van de werkgever.
Voor de overige dagen zal de ziekteverzekering tussenkomen.
Voor langdurige pleegzorg zal een pleegouderverlof ingevoerd worden van maximum 6 weken. Er is sprake van langdurige pleegzorg wanneer het zeker is dat het kind van bij de aanvang voor een periode van minstens 6 maanden in hetzelfde gezin zal verblijven. Vanaf 2019 zal er om de 2 jaar telkens een week bijkomen, zoals de regeling voor adoptieverlof (tegen 2027 maximum 17 weken).
Concreet voor 2019: 6 weken per pleegouder + 1 bijkomende week. 
Voor de langdurige pleegzorg vanaf 2019 zal de ziekteverzekering tussenkomen vanaf de eerste dag.
De wet treedt in werking op 1 januari 2019. Vermoedelijk zullen de wijzigingen gelden voor adoptie en pleegzorg die ingaan vanaf 1 januari 2019.