Europa heeft nood aan koerswijziging

Europese vlaggen
De tijd dat Europa een ver-ver-ons-bed-show was, ligt ver achter ons. Intussen heeft iedereen al aan den lijve gevoeld dat Europa de grote lijnen uitzet. Het economisch beleid dat de EU uitstippelt bepaalt in grote mate de koers die we hier in België varen…
Helaas gaat het met die koers niet zo goed. En dat is nog licht uitgedrukt. Eind juni worden nieuwe krijtlijnen uitgetekend voor de Europese economische integratie. En die zien er alleszins weinig opbeurend uit. “De sterk uiteenlopende werkloosheid in de eurozone bedreigt de monetaire unie en het conjunctuurherstel creëert perfecte omstandigheden om hervormingen door te voeren,” liet ECB-voorzitter Draghi al optekenen. Dat klinkt als: tijd voor een flexibelere arbeidsmarkt en loonvorming, minder ontslagbescherming. “Het is cynisch dat het falende Europese crisisbeleid nu wordt gebruikt als argument om nog verder op de ingeslagen weg te gaan,” vindt Nancy Pauwels van de economische studiedienst van de LBC-NVK. 

Europa op fout spoor

“De economische visie van de Europese machthebbers zit al jaren op een fout spoor. Volgens de neoliberale logica die ze volgen zijn de lonen te hoog en werknemers te veel beschermd. Ze pleiten voor loonmatiging of –blokkering en een hervorming van de arbeidsmarkt. De loon- en arbeidsvoorwaarden moeten losser en flexibeler. Collectief overleg en de macht van de vakbonden moeten zoveel mogelijk afgebouwd worden.” 
Die aanpak dateert reeds van sinds beginjaren 1980 maar werd fors versterkt tijdens de crisisperiode. Dat heeft tijdens de crisisjaren niet enkel geleid tot een sociale afbouw. Ook de economie heeft er aantoonbaar onder geleden. De gemiddelde groei van het bruto binnenlands product is tussen 1980 en 2013 gedaald van 4,5 tot 1,7% per jaar. Het investeringsniveau ligt nu 20% lager dan voor de crisis. Het armoederisico is gestegen naar 25,1%. En in tegenstelling tot wat altijd beweerd wordt, lopen de reële Europese lonen sindsdien systematisch achter op de productiviteit. Dit vertaalde zich in een dalend loonaandeel in de nationale rijkdom van de eurozone met 10% punten.

 ACV-pleidooi

De vaststellingen bevestigen het pleidooi van het ACV voor een andere aanpak. “Samen met het EVV (Europees Vakverbond, nvdr) pleiten we al van bij de start van de crisis om een andere aanpak. Het Europees beleid is enkel gericht op de aanbodzijde en de export. Terwijl wij net vinden dat het beleid meer moet focussen op de interne vraag. Uit de cijfers blijkt dat Europa een eerder gesloten economie is. 80% van de handel gebeurt binnen de Europese grenzen. Daarom is het belangrijk om oog te hebben voor de Europese koopkracht. Druk uitoefenen op de lonen is dan het slechtst mogelijke idee. Om Europa weer omhoog te krikken, moet vooral gewerkt worden aan een verbeterde koopkracht in Europa. Alleen zo kunnen we ook de investeringen weer doen opveren.”
De huidige afbraak van het Europees sociaal model staat bovendien haaks op de ambities die de Europese landen formuleerden bij de start van de Europese eenwording. “De sociale bescherming behoort tot de kern van de Europese samenleving. Ze is het belangrijkste verschilpunt tussen Europa en de andere geïndustrialiseerde gebieden in Noord-Amerika en Azië en ze zorgt ervoor dat economische groei en sociale vooruitgang hand in hand gaan,” legt Nancy uit. “Dat was het uiteindelijk opzet van het oprichtingsverdrag van Rome: volledige tewerkstelling en sociale vooruitgang bevorderen, de strijd aanbinden met sociale uitsluiting en discriminatie en de sociale rechtvaardigheid en de sociale bescherming bevorderen. In het Lissabonverdrag staat letterlijk dat de EU bij de uitstippeling en uitvoering van  haar beleid moet zorgen voor een ‘hoog niveau van tewerkstelling,  een adequate niveau van sociale bescherming, bestrijding van sociale uitsluiting alsmede een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming van de menselijke gezondheid’”.
“Te oordelen aan de stijgende werkloosheid en het toenemende armoederisico heeft de Europese Commissie daar wel steken laten vallen,” merkt Nancy bitter op. “De  Europese Commissie heeft het algemeen sociaal belang van de EU niet altijd laten primeren op de agenda en belangen van een klein aantal grote exporterende  MNO’s.”

Koerswijziging

Dat zal een fundamentele koerswijziging vergen van het Europese beleid. “De loonpolitiek zal moeten gericht zijn op meer koopkracht in plaats van indexsprongen, loonmatiging of loonblokkering,” legt Nancy uit. “Er zal moeten worden gewerkt aan betere bescherming van werknemers in plaats van afbouw van sociale maatregelen. De minimumlonen zullen omhoog moete in plaats van omlaag. Er zullen sterke collectieve arbeidsovereenkomsten moeten worden gesloten, op een zo hoog mogelijk niveau in plaats van alles zo individueel mogelijk af te spreken. En er zullen sterke vakbonden moeten zijn, met voldoende ruimte voor sociaal overleg.”
Ook het EVV klopte onlangs op diezelfde nagel en wees in een persbericht op “de noodzaak om lonen te verhogen in landen zoals Polen, VK en Duitsland.” De vakbond klaagde aan dat “in 23 landen de lonen onder de productiviteitsgroei blijven” en dat er een “omgekeerde herverdeling” bezig is, “van lonen richting winsten”. Naast een pleidooi voor hogere lonen onderstreepte het persbericht ook het belang van sterk sociaal overleg. “De uitdaging van Europa is niet enkel jobcreatie, maar ook het afstappen van precair werk, nulurencontracten en tijdelijk of deeltijds werk om het fenomeen van de ‘werkende armen’ tegen te gaan.”

Lagelonensector

De strijd tegen lage lonen en ‘werkende armen’ is een belangrijk speerpunt voor de Europese vakbeweging. “Economische groei is op zich geen oplossing in de strijd tegen de ‘lagelonensector’. Bovendien blijkt uit de feiten dat de groeiende ‘lagelonensector’ ook niet leidt tot meer tewerkstelling. Wat wél werkt is meer sociaal overleg en meer cao’s, net als voldoende hoge uitkeringen. Daarin heeft de vakbond uiteraard een belangrijke rol te spelen. Want cao’s en uitkeringen komen er niet vanzelf!