Wat betekent eenheidsstatuut voor kaderleden?

NVK-reactie op het regeringsbesluit statuut arbeiders-bedienden

18 juli 2013
Op 15 juli nam de Raad van de LBC-NVK een standpunt in omtrent het eengemaakt werknemersstatuut. Dat standpunt vindt u op www.lbc-nvk.be. 
Ook vanuit het NVK, dat de specifieke belangen van kaderleden behartigt, werd het nieuwe werknemersstatuut met grote belangstelling onder de loep gelegd. De specifieke nuanceringen die het NVK in de Raad van de LBC-NVK opwierp, willen we u ook niet onthouden. Wij blijven ook in de toekomst bezorgd over de rechten van kaderleden, binnen het nieuwe werknemersstatuut.
U leest onze tussenkomst hieronder.
“Onze tussenkomst is een hele boterham, maar dit is dan ook een heel belangrijk dossier. 
Nu er een politieke oplossing gevonden is richting een eengemaakt werknemersstatuut is er op zijn minst de vaststelling dat we in een ander tijdperk zijn beland. 
Positief is alleszins dat er een einde komt aan de onrechtvaardige verschillen in opzegtermijnen tussen arbeiders en bedienden. Van bij de aanvang van de debatten heeft het NVK deze ongelijkheden veroordeeld. Het belang van voldoende hoge opzegtermijnen en geen plafond op de opzegtermijnen, kwamen echter scherp bovendrijven. Toch kon ook het NVK zich neerleggen bij het standpunt van LBC-NVK voor een opbouw van opzegtermijnen volgens het enige criterium anciënniteit. 
Er is bij de kaderleden en niet in het minst bij jonge kaderleden echter ook grote ontnuchtering. 
a) De terugval in opzegtermijnen voor kaderleden en bedienden met een jaarloon boven € 32.254 is ongezien en er is bovendien een verdoken plafond. In het licht van de eenmaking en solidarisering onder werknemers zou niemand gevallen zijn over een terugval in bescherming van de best beschermde bedienden. Mits de bescherming op een aanvaardbaar hoog niveau bleef. Dit is nu niet het geval. Het gebrek aan solidariteit onder werkgevers wordt afgewend op de bedienden en kaderleden. 
b) Ontslagen worden is ook voor kaderleden een harde realiteit. Oudere maar ook jonge kaderleden vrezen voor een cyclus van ontslagen. Werkzekerheid tot aan de pensioenleeftijd – want langer werken is het credo – is nu verder af dan ooit. Vandaag kunnen onze kaderdélégués nog druk uitoefenen op de werkgever en een goede regeling afdwingen voor met ontslag bedreigde kaderleden. Dat zal voor een toekomstige generatie een pak minder opleveren. 
c) Het is dan ook ongezien en onwijs dat de nieuwe regeling de sectoren het recht ontzegt om betere ontslagregelingen te onderhandelen. Minder mag maar een betere sociale bescherming niet. Dit mogen we toch niet aanvaarden! Is dit de start van de omkering van het sociaal overlegmodel? In heel wat bedrijven waar arbeiders al een bediendenstatuut hadden of waar enkel bedienden werken, halen werkgevers zwaar financieel voordeel uit de nieuwe opzegtermijnen. Waar gaat al dat geld naar toe? 
d) Even hallucinant is de verplichte omzetting van 1/3de van de opzegtermijn in maatregelen die de inzetbaarheid moeten verhogen. Met de nieuwe regeling betalen de werknemers hun eigen inzetbaarheid. Dit terwijl wij vragen om ontslagpreventie. Dat is waar wij willen over nadenken. Men verwacht dan nog dat wij gaan onderhandelen over onze eigen ontslagvermindering, terwijl de werkgevers hiervoor fiscaal beloond worden. Onaanvaardbaar is dat. Wie gaat bovendien de kosten en de kwaliteit van dergelijke maatregelen controleren? 
e) De nieuwe regeling is echter ook erg onduidelijk over de manier waarop de verworven rechten uit het verleden worden vastgeklikt. Wat als een werkgever bij een toekomstig ontslag de opzegtermijnen van de formule Claeys weigert? Hoe klik je rechten vast die afgedwongen worden bij de rechtbank? Er moet toch voor gezorgd worden dat hier wettelijke zekerheid geboden wordt. Dit lijkt ons met een CAO op ondernemingsvlak moeilijk af te dwingen voor alle werknemers, zeker voor hen werkzaam in bedrijven zonder vakbondsvertegenwoordiging. 
f) Kaderleden zijn al bij al erg goedkope werkkrachten omdat vaak niet alle uren die zij presteren worden uitbetaald, hoewel dit volstrekt onwettelijk is. Ook kaderleden zijn bedienden en volgen de arbeidsduurregeling. Nu de bescherming bij ontslag voor een groot stuk wegvalt, zijn ze niet enkel goedkoop als werkkracht maar ook om te ontslaan. Voor de toekomstige generatie jonge werknemers die nog een ganse carrière voor zich heeft, zal de druk om te presteren en de stress die hiermee gepaard gaat, nog toenemen. Véél werk voor de boeg voor onze militanten in de Comités voor Preventie en Bescherming! 
Collega’s, we vragen een actieplan van LBC-NVK om op sectoroverleg of op bedrijfsniveau betere regelingen te kunnen blijven onderhandelen. Ook over de invulling van de ontslagpreventie en motiveringsplicht moet er nagedacht worden. Werkgevers moeten ontmoedigd worden om werknemers willekeurig te ontslagen onder meer door de bewijslast bij de werkgevers te leggen.”
Wie wil reageren kan dat op kader@acv-csc.be
Sandra Vercammen
Nationaal secretaris NVK

Contacteer ons