Aansprakelijkheid

Schuld en boete bij kaderpersoneel

aansprakelijkheid
Kaderleden zijn in de hiërarchische lijn verantwoordelijk voor hun medewerkers, bijvoorbeeld voor de veiligheid en het welzijn van werknemers én voor de omgeving. Ze worden geacht de gedragscodes te kennen, ze toe te passen en er duidelijk over te communiceren met hun medewerkers. De druk die veel kaderleden ervaren bij die verantwoordelijkheden is één ding. De verantwoordelijkheid wordt echter groter door personeelsinkrimping, gewijzigde budgetten, toenemende werkdruk, … De aansprakelijkheid die hiermee gepaard gaat, versterkt de druk. De impact hiervan op het welbevinden van kaderleden wordt al te vaak onderschat.
Het burgerlijk recht stelt dat wie schade aanricht aan iemand anders, die moet vergoeden. De kans dat een werknemer in de loop van een lange samenwerking ooit een fout begaat en de werkgever schade berokkent, is reëel. Maar omdat een werknemer in opdracht van een werkgever handelt, is de aansprakelijkheidsdrempel van de werknemer verhoogd. De Arbeidsovereenkomstenwet stelt dat een werknemer slechts aansprakelijk is ingeval van bedrog’, een ‘zware fout’ of een ‘lichte schuld die eerder gewoonlijk dan toevallig’ voorkomt.
Tijdens het werk kan je ook strafrechtelijke overtredingen begaan. In tegenstelling tot burgerlijke aansprakelijkheid bestaat er geen wettelijke beperking op de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de werknemer. Verkeersboetes opgelopen tijdens de werkuren, zullen dan ook onverbiddelijk voor eigen rekening zijn. Kaderleden die als ‘aangestelde’ van de werkgever optreden, kunnen vervolgd worden wanneer zij als leidinggevende verantwoordelijk zijn voor het overtreden van de strafwet. Bijvoorbeeld als zij de veiligheidsreglementen niet doen naleven.

Wat willen we ?

Kaderleden moeten steeds in staat gesteld worden om zorgvuldig te werken. ‘Ethische gedragscodes’ klinken goed, maar worden soms gebruikt door werkgevers om hun verantwoordelijkheid af te wenden. Bovendien dringen ze zelfs soms binnen in de privé sfeer door werknemers te verplichten hun lidmaatschap van organisaties te melden of de bankrekeningen van partner en kinderen door te geven.
Kaderleden moeten op kosten van hun werkgever een juridische bijstandsverzekering kunnen afsluiten. Die verzekering moet hen toelaten beroep te doen op onafhankelijke professionele bijstand indien ze strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden.
Kaderleden zitten vaak geprangd tussen loyaliteit aan de onderneming, hun eigen aansprakelijkheid en hun rechtvaardigheidsgevoel. Klokkenluiders behoeden hun bedrijf vaak voor groter onheil. Het NVK wil hen meer rechtszekerheid geven.
Meer rechtszekerheid door meer sociaal overleg. Kaderleden moeten hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun medewerkers duidelijk in kaart kunnen brengen. De overlegorganen bieden de kans om dat te doen. De samenspraak met het comité voor preventie en bescherming en met de preventieadviseur bij het opmaken van de risicoanalyse is onontbeerlijk en past in het globaal preventieplan.
Chris Vervliet | KBC 
Na de crisis van 2008 stelde de financiële sector alles in het werk om het vertrouwen zo snel mogelijk te herwinnen. De regelgeving op de financiële sector werd aangescherpt en in 2011 werden nieuwe Europese toezichthouders voor de financiële sector opgericht. 
Via LBC-NVK en UNI Finance kon Chris Vervliet hieraan meebouwen. Twee maal per jaar neemt hij deel aan overleg met de Europese Commissie over financiële regelgeving. Daarnaast  vertegenwoordigt hij binnen de ‘stakeholder group’ van ESMA (Europese Autoriteit voor Effecten en Markten) de werknemers uit de Europese financiële sector. Maar economie gaat om meer dan alleen financiën: kan er ook inzake milieu, energie, welzijn, … een rol weggelegd worden voor ‘stakeholders’? 
“In het herwinnen van het vertrouwen speelt stakeholdersbetrokkenheid een grote rol. Het geeft perspectief aan het project ‘duurzaam ondernemen’. Bij de invulling van mijn mandaten maak ik gebruik van mijn sociale reflex als vakbondsmens en van mijn professionele identiteit als economist.” 
“Maar de toepassing in andere sectoren is geen evidentie. Het lijkt wel of de wereld eerst moet wakker geschud worden vooraleer te reageren. Dat was wel het geval met de financiële crisis. Duurzaam ondernemen zou moeten loskomen van crisismomenten. Het zou goed zijn dat, wanneer kaderleden vaststellen dat er te grote risico’s worden genomen voor mens of milieu, via stakeholdersgroepen of via het sociaal overleg aan de alarmbel kan getrokken worden. Kaderleden combineren vaak een sociale reflex met een grote technische kennis. Door overleg en het streven naar consensus met alle partijen komen we tot sterke adviezen. Ook andere sectoren zijn gebaat bij een dergelijk model van duurzaam ondernemen.”

Contacteer ons